Claude Debussy versus Arnold Bax

Vrijdag 14 mei 19.30Zondag 16 mei mei 15.00
Reserveren 14 mei kan hier…  Reserveren 16 mei kan hier….

Programma

Claude Debussy – Petite Suite
In een bewerking voor viool, klarinet en piano
* En Bateau
*Cortège
* Menuet
* Ballet

Arnold Bax – Sonata for Clarinet and piano
* Molto Moderato
* Vivace

Arnold Bax – Four pieces
in een bewerking voor altviool en piano
* Shadow Dance
* The Princes Dances
* Naiad
* Grotesque

Arnold Bax – Trio in one movement
voor viool, klarinet en piano

Claude Debussy – Golliwogg’s Cakewalk
in een bewerking voor klarinet, altviool en piano

Arnold Bax (Londen1883 – Cork 1953) was een Engelse componist, pianist en dichter. Hij stamde af van een Nederlander die zich in de zestiende eeuw in Engeland had gevestigd. Zijn grootvader werd rijk met de verkoop van regenjassen, daarom hoefde Bax geen geld te verdienen door te werken. Hij studeerde van 1900-1905 aan The Royal Academy of Music in London, waar hij kennis maakte met de muziek van Wagner en Strauss. Privé bestudeerde hij de muziek van Debussy, wat door de conservatieve docenten niet erg gewaardeerd werd. Bax was een goede pianist maar besteedde zijn tijd het liefst aan componeren en poëzie. Hij hield van Ierland en bracht daar veel tijd door. De bloedige onderdrukking van de Ierse Paasopstand in 1916, waarbij verscheidene van zijn vrienden gedood werden, maakte een blijvende indruk op hem.
Bax omschreef zichzelf als een romanticus. Zijn muziek is geïnspireerd door de Ierse natuur, Keltische legenden, het Russische sentiment, de tonaliteit van Wagner en Strauss, en misschien wel het sterkst door het impressionisme. De pianomuziek van Bax wordt vaak vergeleken met het oeuvre van Debussy; beiden schreven ze een trio voor fluit, altviool en harp.
Bax is het meest bekend door zijn symfonische werken maar heeft ook veel liederen, koormuziek, kamermuziek en pianomuziek gecomponeerd.

Het onstuimige Trio in One Movement (1906) voor piano, viool en altviool werd aanvankelijk gecomponeerd voor de altvioolvirtuoos Lionel Tertis. Bax gaf echter al snel aan dat de zeer moeilijke altvioolpartij ook en misschien wel beter op klarinet gespeeld kon worden – er is zelfs een vermoeden dat hij het in eerste instantie voor klarinet had bedacht. Naast de viool heeft de piano een grote rol in het trio, dat vol zit met uiteenlopende motieven die doen denken aan Brahms, Strauss, Ierse volksmuziek en Debussy. 

De klarinetsonate in D is een geliefd en vaak opgenomen werk, lyrisch en virtuoos en met weer een prachtige pianopartij. 

Karin Dolman bewerkte de fluitpartij uit Four Pieces voor altviool.

Claude Debussy is een van de meest gewaardeerde componisten van de late 19e en vroege 20e eeuw en wordt gezien als de grondlegger van het muzikale impressionisme.
Hij werd geboren in een arm gezin in Frankrijk in 1862. Zijn overduidelijke gave aan de piano bracht hem op 11-jarige leeftijd naar het conservatorium van Parijs. Op 22-jarige leeftijd won hij de Prix de Rome, waardoor hij twee jaar verder mocht studeren in de Italiaanse hoofdstad. Na de première van Prélude à l’après-midi d’un faune in 1894 was Debussy’s naam gevestigd en werd hij gezien als een van de aanvoerders van de Franse muziek. 

Petite Suite (1889) is oorspronkelijk een pianowerk voor vier handen. De suite werd door Debussy voor de eerste keer uitgevoerd op 2 februari 1889, samen met de pianist/publicist/muziekuitgever Jacques Durand.
De Petite Suite heeft een vrij eenvoudige lyrische opbouw, die in contrast staat met het werk dat Debussy later schreef en door sommige critici als ‘te modern’ werd gekenmerkt. Waarschijnlijk heeft Debussy deze compositie geschreven op suggestie van Durand, ten behoeve van geoefende amateurmusici, die in die periode veel behoefte hadden aan muziek die niet al te moeilijk voor hen was en die zij ook thuis konden spelen.
De Petite Suite bestaat uit vier delen, waarvan ieder deel zo werd geschreven, dat bij een uitvoering beide pianisten ongeveer evenveel aan bod komen. Het werd al snel door Henri Büsser bewerkt voor symfonie-orkest. Het is nog steeds een geliefd werk dat tegenwoordig door de meest uiteenlopende bezettingen wordt uitgevoerd. 

In 1908 schreef Debussy de dromerige suite Children’s Corner voor zijn dochtertje Chou-Chou. Het laatste deel, Golliwog’s Cakewalk, gaat over een negerpop die de cakewalk danst. Door een vrolijk jazzthema (eigenlijk ragtime, een pianostijl die voorloper was van de jazz) te combineren met het zwaarmoedige Tristanakkoord uit Richard Wagners opera Tristan und Isolde, werkt het geheel als een parodie. Het stuk heeft vooral in het begin veel weg van Debussy’s andere klassieker Le petit Nègre.